Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4:11

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Heusden 2016 -APV - (geconsolideerde versie per 1 januari 2018)

1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen. 2. Behalve in de situatie dat een boom in een bestemmingsplan de aanduiding "monumentale boom" heeft, geldt het verbod in het eerste lid niet voor: het vellen of doen vellen van een particuliere boom, voor zover de boom een stamomtrek heeft tot maximaal 150 cm, gemeten op 1,3 meter boven maaiveld; of het vellen of doen vellen van een particuliere boom, die zich bevindt op een perceel dat kleiner is dan 400 m². 3. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor het vellen of doen vellen van een boom, die als herplant is aangeplant voor een verwijderde boom, die een stamomtrek had van meer dan 150 cm, gemeten op 1,3 meter boven maaiveld. 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het vellen of doen vellen van een gemeentelijke boom, voor zover de boom een stamomtrek heeft tot maximaal 150 cm, gemeten op 1,3 meter boven maaiveld behalve wanneer de boom zich bevindt binnen de hoofd- en nevengroenstructuur, binnen een groot groengebied of wanneer de boom als accentpunt is opgenomen in het Groenstructuurplan of daaraan gelijk te stellen beleidsdocument. 5. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op en langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; b. vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; c. fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; d. kweekgoed; e. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; f. houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen zijn binnen een bebouwde kom als bedoeld in artikel 4:10, lid 1 sub d, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: - ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; - ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; g. houtopstand, die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:11d. 6. Het bevoegd gezag kan in een openbaar bekend te maken besluit andere houtopstanden aanwijzen, waarvoor het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel