Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Burgemeester en wethouders mogen leningen of garanties uitsluitend uit hoofde van de “publieke taak” verstrekken, het gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. Hierbij wordt vooraf advies ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij.
De leningen of garanties worden verstrekt op voorwaarde dat:
Het belang niet uitgaat boven € 100.000;
Betaling van rente en aflossing redelijkerwijs is verzekerd;
Zoveel mogelijk zekerheden worden verstrekt;
De lening dient tot een doel dat ondersteuning door de gemeente rechtvaardigt. Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan beslist de gemeenteraad.
De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut.
Burgemeester en wethouders mogen garanties tot € 100.000 verstrekken aan instellingen werkzaam op het gebied van maatschappelijk werk, sport of cultuur en er bestaat geen eigen waarborgfonds voor de betreffende categorie waarnaar doorverwezen kan worden. Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan beslist de gemeenteraad.
Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.