Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:
de verzoeker zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden verband houdend met de gemeentelijke schuldhulpverlening, misdraagt;
op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan verzoeker is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
de verzoeker zijn beschikbare aflossingscapaciteit of vermogen niet volledig wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden;
de verzoeker in staat is om zijn schulden (weer) zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, niet (langer) passend is;
schuldeiser(s) hun medewerking weigeren aan een minnelijke schuldregeling;
de verzoeker is toegelaten tot de WSNP;
de verzoeker failliet is verklaard;
het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond.
Artikel 6.
Beëindiginggronden
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke schuldhulpverlening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2017