Voor risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
De gemeente mag leningen of borgtochten op grond van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door het college goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf:
de gemeenteraad in de gelegenheid wordt gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen en;
advies wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij.
Als uitgangspunt voor het verlenen van gemeentelijke borgtochten c.q. garanties geldt het in maart 2004 door de gemeenteraad vastgestelde beleid 'Borgtocht in Control'.
De gemeente kan middelen uitzetten op grond van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd met behulp van de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;
Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 3.