De wettelijke bepalingen ten aanzien van de geldigheidsduur van de gedoogplicht voor kabels die geen deel uitmaken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk zijn van toepassing.
De geldigheidsduur van de gedoogplicht voor leidingen die geen deel uitmaken van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen bedraagt tien jaar.
De aanbieder stelt het college onverwijld en schriftelijk in kennis van het feit dat een kabel of leiding niet langer ten dienste staat van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een niet-openbaar elektronisch communicatienetwerk of een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen in of op openbare gronden.
In dit kader wordt van de aanbieder jaarlijks een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels, leidingen en ondersteuningswerken verlangd. De bewijslast van ingebruikname ligt bij de aanbieder.
Hoofdstuk
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van ondergrondse infrastructuren 2007