In de Kadernota Grond- en Vastgoedbeleid Maastricht 2012 is met betrekking tot de vastgoedexploitatie als uitgangspunt neergelegd dat de vastgoedportefeuille als geheel minimaal kostendekkend dient te zijn. De exploitatie van vastgoed is geen doel op zich. Het vastgoed is volgend op en faciliterend (in de vorm van passende huisvestingsvoorzieningen) aan wat de gemeente als beleid wenst. Deze huisvesting heeft een ‘prijs’ in de vorm van een minimaal kostendekkende huur.
Door de toepassing van kostendekkende huren worden de ‘echte’ kosten van het beleid zichtbaar. Immers, de kosten van het vastgoed worden door de toepassing van kostendekkende huren meegewogen in de afweging van beleidsproduct (huisvesting) waarvan activiteiten worden gefaciliteerd. Zolang een gemeenschapshuis bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven van de buurt wordt de huur door de gemeente bekostigd.
In lid 3 is bepaald dat wanneer er niet meer voldaan wordt aan de algemene bepalingen het college van B en W de bevoegdheid heeft om de subsidie voor huurkosten te beëindigen.
In lid 4 is bepaald dat de gemeente geen subsidie verstrekt voor de huur- of hypotheeklasten van niet-gemeentelijke panden en is de subsidie voor de huurkosten alleen voor de gemeenschapshuizen die in eigendom zijn van de gemeente. De reden hiervoor is dat deze panden door een stichting zelf op eigen risico en rekening zijn gesticht of zijn aangekocht. Het gemeenschapshuis/buurthuis dient derhalve de eigenaarslasten zelf te dragen.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 7