Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt nietvoor het vellen van een houtopstand met een dwarsdoorsnede van de stam tot maximaal 30 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld, mits deze houtopstand geen onderdeel uitmaakt van een opgelegde herplant- /instandhoudingsplicht volgens artikel 6 van deze verordening.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt ook nietvoor houtopstanden buiten de Bebouwde kom in de zin van de Boswet, indien het betreft:
populieren en wilgen als wegbeplantingen en als éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;
fruitbomen die op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd en windschermen om fruitboomgaarden;
fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed;
houtopstand, die deel uitmaakt van een als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwonderneming welke niet gelegen is binnen de bebouwde kom ingevolge de Boswet, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en, ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het regulier onderhoud;
het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten;
dunning van een houtopstand als uitvoering van het regulier onderhoud, waarbij de stamtalreductie maximaal 30% bedraagt;
het verwijderen van de Prunus serotina (Amerikaanse vogelkers/bospest).