Het college stelt vast of belanghebbende behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.
Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:
a. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7,
b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen; en
c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie; of
d. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet.
Het college kan het UWV om advies vragen met betrekking tot het oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Het UWV neemt daarbij de criteria in acht zoals genoemd bij artikel 2, tweede lid van deze verordening.
Artikel 2.
- Vaststelling van de doelgroep
Onderdeel van Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Buren