Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid van de wet, verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
De hoogte van een pgb:
wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over en de vraag hoe hij het pgb gaat besteden;
is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen in te kopen;
bedraagt voor formele hulp in de vorm van begeleiding, dagbesteding, vervoer van en naar dagbesteding, huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging, deeltijdverblijf / logeeropvang / respijtopvang niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura;
bedraagt voor informele hulp in de vorm van individuele begeleiding, huishoudelijke hulp en persoonlijke verzorging een vastgesteld maximum uurtarief gedurende maximaal 40 uur per week, bedraagt in de vorm van dagbesteding en deeltijdverblijf / logeeropvang / respijtopvang een vastgesteld maximum tarief per dagdeel of etmaal en bedraagt in de vorm van vervoer van en naar dagbesteding een gangbare vastgestelde vergoeding per kilometer; conform bijlage I;
bedraagt voor een rolstoel de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening, indien nodig verhoogd met het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie voor vergelijkbare rolstoelen in het een na vorige volledige kalenderjaar, dan wel de huurprijs voor de goedkoopst adequate voorziening, inclusief onderhoud en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier wordt betaald;
bedraagt voor een vervoersvoorziening de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening, indien nodig verhoogd met het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie voor vergelijkbare vervoersvoorzieningen in het een na vorige volledige kalenderjaar, dan wel de huurprijs van de goedkoopst adequate voorziening, inclusief onderhoud en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier wordt betaald;
bedraagt voor woonvoorzieningen niet meer dan 100% van de werkelijke kosten die gemaakt worden voor:
een bouwkundige of woon-technische voorziening in een woning (woningaanpassing);
een niet-bouwkundige of niet-woon-technische voorziening in een woning, zoals woninguitrusting;
onderhoud, keuring en reparatie van een gerealiseerde woningaanpassing;
tijdelijke huisvesting;
wordt voor beschermd wonen vastgesteld op basis van een naar aard en omvang oplopend percentage tot maximaal 81% van de kostprijzen van de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen in natura. De kostprijzen van de pgb’s zijn lager dan de kostprijzen in natura, omdat bij een pgb beschermd wonen de cliënt zelf de huur van de accommodatie betaalt. Bij beschermd wonen in natura betaalt de zorgaanbieder de accommodatie.
Artikel 13.
Persoonsgebonden budget (pgb)
Onderdeel van Gemeente Hattem – Verordening maatschappelijke ondersteuning 2018