Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2014

1. Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg, of; b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, of; c. het gebruik overlast oplevert voor gebruikers van de aanpalende onroerende zaak; d. het gebruik de openbare orde- en/of veiligheid op de weg nadelig beïnvloed of kan beïnvloeden. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste in rechte lijn een vrije doorgang van 1,5 m wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het in het eerste lid bepaalde verbod is niet van toepassing op: a. vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien ze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; b. zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits: i. geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; ii. geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; iii. geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt; c. de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is; d. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; e. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; f. ondergrondse afvalcontainers; g. terrassen als bedoeld in artikel 2:28a. 4. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving, bruikbaarheid van de weg of verkeersveiligheid nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden. 5. Aankondigingen, reclameposters, verwijzingsbordjes of vergelijkbare zaken, mogen alleen geplaatst worden in of op de daarvoor bestemde voorzieningen en met toestemming van de gemeente. 6. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 7. In afwijking van het zesde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 8. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet of het provinciaal wegenreglement. 9. Op de ontheffing bedoeld in het zesde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel