Het college stelt eisen met betrekking tot het uitvoeren van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke Erfgoedkaart, dan wel bij het ontbreken daarvan, de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart;
Lid 1 is niet van toepassing indien een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar oordeel van het college in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd;
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad;
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.