Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.
De bijdrage wordt jaarlijks vastgesteld overeenkomstig de bedragen zoals genoemd in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en zoals door het college jaarlijks bekend gemaakt in hoofdstuk 1 van het gemeentelijke Besluit maatschappelijke ondersteuning;
Met de centrumgemeente die gemandateerd is voor de uitvoering van beschermd wonen en opvang zijn afspraken gemaakt over de vaststelling en inning van de eigen bijdragen;
Met de Stuurgroep Regiovervoer Midden-Brabant die gemandateerd is voor de uitvoering van het regiovervoer zijn afspraken gemaakt over de vaststelling en de inning van de reizigersbijdragen.
De hoogte van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening is niet hoger dan maximaal de kostprijs van de voorziening.
In afwijking van het eerste lid gelden de volgende bepalingen:
de duur van de eigen bijdrage voor onroerende woonvoorzieningen is maximaal 195 perioden van 4 weken;
de duur van de eigen bijdrage voor een pgb voor verhuis- en inrichtingskosten is maximaal 39 perioden van 4 weken;
de duur van de eigen bijdrage voor roerende woonvoorzieningen, hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen die eenmalig worden aangeschaft met een pgb is gelijk aan de, volgens de leverancier gebruikelijke, economische afschrijftermijn van die voorzieningen en gaat telkens opnieuw gelden bij vervanging of opvolging van de voorziening.
De kostprijs van een:
maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb's
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Goirle 2018