Naar hoofdinhoud
Oud-wethouders worden gedurende een jaar na het eind van de zittingstermijn uitgesloten van het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente en voor organen waar de gemeente toezicht op houdt in het kader van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr), met uitzondering van het raadslidmaatschap. Toelichting: Deze regel is geschreven met het oog op oud-bestuurders die (gaan) ondernemen en die dus opdrachten vervullen middels een contract. Burgemeesters en wethouders bouwen gedurende hun bestuursperiode veel informatie op over de gemeentelijke organisatie en ontwikkelingen die de gemeente aangaan. Als zij na hun bestuursperiode (gaan) ondernemen en contracten willen aangaan met de gemeente hebben zij een informatievoorsprong en treedt er dus oneerlijke concurrentie op ten aanzien van andere ondernemers; voormalig bestuursleden profiteren daardoor van hun bestuursfunctie, hetgeen nadrukkelijk niet de bedoeling is. Minstens ontstaat de schijn dat zij hun bestuurswerk hebben gebruikt om (na hun bestuursperiode) opdrachten te verkrijgen van de gemeente. Deze zogenaamde ‘draaideurconstructie’ betreft alleen oud-bestuurders die middels contracten een opdracht aannemen van de gemeente of een orgaan waar de gemeente toezicht op houdt in het kader van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr). Oefening 1: De wethouder Wonen is voorzitter van de vereniging van huiseigenaren van de flat waar hij woont. Mag deze wethouder zijn wethouderschap combineren met dit voorzitterschap? Antwoord: Artikel 36b van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 1.4 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De nevenfunctie moet wel worden gemeld (zie artikel 1.6 van de gedragscode) en de gemeentesecretaris moet zorgdragen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit (artikel 1.7 van de gedragscode). Let op: een wethouder moet al zijn nevenfuncties melden. Variant 1: Samen met zijn staf bereidt de wethouder een bestemmingswijziging voor die een gebied betreft waar de flat staat waar hij woont. Mag de wethouder bij die besprekingen betrokken zijn? Antwoord: Ja. In de voorgestelde bestemmingswijziging worden beslissingen voorgelegd die het gehele gebied betreffen en niet specifiek zijn flat. Er treedt dus a priori geen verstrengeling van belangen op als deze wethouder mee doet aan de bespreking in de staf. Vervolgvraag: Mag de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het college? Antwoord: Ja, dat mag hij. Er vindt a priori geen verstrengeling van belangen plaats, dus hij kan deelnemen aan de besluitvorming in het college. Vervolgvraag: Mag de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad? Antwoord: Ja, dat mag hij. Er vindt a priori geen verstrengeling van belangen plaats, dus hij kan het stuk zelf inbrengen in de raad. Variant 2: De raad doet voorstellen om precies in het gedeelte waar zijn flat staat, huizen te slopen. Zijn flat zal in dat geval ook gesloopt worden. Mag de wethouder dit dossier verder behandelen? Antwoord: Nee, dat mag hij op grond van artikel 1.3 van de gedragscode niet. De aanpassingen betreffen zijn huis, waarmee hij een direct belang heeft bij het behandelen van deze bestemmings- wijziging. Als hij het dossier blijft behandelen, is hij in overtreding met artikel 1.3 van de gedragscode. Let op: wanneer het een politiek gevoelig dossier betreft, kan het zijn dat deze wethouder beslist dat hij al in een eerder stadium niet betrokken wil zijn bij het dossier om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel