Naar hoofdinhoud
Als is komen vast te staan dat er sprake is van overtreding van een regel van de gedragscode c.q. dat de gedragscode is geschonden dan kan dit leiden tot een sanctie. Toelichting: Als is komen vast te staan dat een politieke ambtsdrager een regel van de gedragscode heeft overtreden dan kan dit tot een sanctie leiden. Deze sanctie dient proportioneel te zijn. Bij het bepalen van de sanctie spelen de aard van de schending en de context waarbinnen de schending heeft plaatsgevonden, een belangrijke rol. Niet alle schendingen zijn even zwaar en moeten of kunnen op dezelfde manier worden gesanctioneerd. Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming raken, zoals belangenverstrengeling, corruptie en sommige kwesties rondom het gebruik van informatie, raken aan de kerntaak van politieke ambtsdragers en zijn om die reden het ernstigst. Hier zijn de gevolgen voor burgers en het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur het meest in het geding. Bij dergelijke schendingen passen in de regel dan ook de zwaarste sancties. Een te lichte sanctie die volgt op een ernstige schending kweekt onbegrip en tast de geloofwaardigheid aan; hetzelfde geldt voor een te zware sanctie op een lichte schending. Van belang is vervolgens om zowel verzwarende als verzachtende omstandigheden in kaart te brengen. Was er sprake van opzet? Van naïviteit? Is de wethouder onder druk gezet door zijn partijgenoten of anderen? Hoe ernstiger de schending en hoe duidelijker de regel is die is overtreden, hoe minder snel er een verzachtende omstandigheid zal kunnen worden aangenomen. Er zijn verschillende sancties die aan de orde kunnen zijn voor gekozen dan wel benoemde politieke ambtsdragers: afkeuring door gemeenteraad middels een zgn. ‘motie van treurnis’ (t.a.v. raadslid en collegelid) motie van wantrouwen (t.a.v. collegelid) raadslidmaatschap houdt op te bestaan of wordt vervallen verklaard (t.a.v. raadslid) uit de fractie verwijderen door de eigen partij (t.a.v. raadslid) royement van het lidmaatschap van de eigen partij (t.a.v. raadslid) Naast deze sancties bestaat er ook de mogelijkheid tot de indiening van een formele klacht volgens de klachtenregeling van de gemeente. De wet biedt de mogelijkheid tot het toepassen van verschillende formele sancties, waaronder schorsing en ontslag van het collegelid. Bepaalde overtredingen van de gedragscode kunnen daarnaast ook een strafbaar feit opleveren waarvan aangifte kan of moet worden gedaan en die kunnen leiden tot strafrechtelijke vervolging. Los van deze sancties zijn er ook nog andere consequenties bij een schending van de gedragscode, zoals de negatieve publiciteit in de media. De situatie waarbij een wethouder door raadsleden in een openbare raadsvergadering op een schending van de gedragscode wordt aangesproken en ter verantwoording wordt geroepen kan ook buitengewoon vervelend of schadelijk zijn en voelen als een sanctie. Oefening 12: Een wethouder houdt een blog bij op internet. Zijn blog wordt veel gelezen. De wethouder geeft zijn ongezouten mening over allerlei onderwerpen. Ook over onderwerpen die in de raad besproken worden en over raadsleden uit andere fracties. Op zijn laatste blog suggereert hij dat een raadslid mogelijk via de raad geld regelt voor een stichting waar hij zelf bij betrokken is. Is dit in overeenstemming met de gedragscode? Antwoord: Nee, dit is niet de manier waarop een wethouder een vermoeden van een schending van de gedragscode meldt en daarmee niet in overeenstemming met de gedragscode. Ten eerste is deze manier van communiceren in tegenspraak met artikel 5.1 en 5.3 van de gedragscode. Daarnaast geldt dat een wethouder die vermoedt dat een raadslid zich mogelijk schuldig maakt of zal maken aan overtreding van de gedragscode, hierover advies vraagt aan bijvoorbeeld de gemeentesecretaris. Als ook de gemeentesecretaris meent dat er mogelijk sprake is van een schending dan meldt de wethouder dit bij de burgemeester. In het algemeen: partijbelang speelt geen rol bij het toezien op de naleving van de gedragscode. Gebeurt dat toch, dan is de kans bijzonder groot dat er onrecht geschiedt. Politieke ambtsdragers van alle partijen moeten dus de discipline opbrengen om bij vermoedens van integriteitskwesties boven de partijen te gaan staan. Verder moeten alle betrokkenen bij een vermoeden van een schending van de gedragscode de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een te vroeg stadium in de publiciteit brengen. Dit om te voorkomen dat er door media-aandacht al een veroordeling plaatsvindt van een politieke ambtsdrager nog voordat er onderzoek naar het vermoeden van de schending heeft plaatsgevonden; een mogelijk onschuldige politieke ambtsdrager heeft dan ten onrechte schade opgelopen en daarnaast kan de geloofwaardigheid van de politiek hiermee onterecht worden aangetast. Tot slot geldt dat als het rechtvaardig is om te sanctioneren, de maatregel passend moet zijn en in verhouding met de schending.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel