Naar hoofdinhoud
De Wgs is sinds 1 juli 2012 van kracht en vormt het belangrijkste kader voor de schuldhulpverlening in de gemeente. Ingevolge de Wgs hebben gemeenten een wettelijke taak met betrekking tot de minnelijke schuldhulpverlening. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om schuldhulpverlening te bieden aan inwoners. Hierbij moet niet alleen aandacht zijn voor het oplossen van de financiële problemen, maar ook voor eventuele bijkomende omstandigheden die in verband kunnen staan met de financiële problemen, zoals psychosociale factoren, relatieproblemen, woonsituatie, gezondheid, verslaving of gezinssituatie. Het is belangrijk om bij schuldhulpverlening de oorzaken die ten grondslag liggen aan het ontstaan van schulden, zo mogelijk, weg te nemen. Hetzelfde geldt voor het wegnemen van omstandigheden die het oplossen van problematische schulden in de weg staan. De Wgs schrijft voor dat de gemeenteraad daarvoor (tenminste) elke 4 jaar een beleidsplan schuldhulpverlening vaststelt. Het plan bevat de hoofdzaken van het gemeentelijke beleid voor wat betreft de integrale schuldhulpverlening en het voorkomen van schuldproblematiek. Artikel 2 lid 4 van de Wgs schrijft voor dat in het plan in ieder geval moet worden opgenomen: Een beschrijving van doelstellingen die de gemeente wil bereiken; Een beschrijving van maatregelen die worden genomen om de kwaliteit te borgen; Het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft om het eerste gesprek te voeren waarin de hulpvraag wordt vastgesteld; Een beschrijving van de manier waarop schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven. De Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap is ingevoerd in januari 2014 en heeft invloed op de effectiviteit van de Wgs. Verkwisting of het hebben van problematische schulden is een aparte grond voor onderbewindstelling, de zgn. schuldenbewinden. Een verzoek tot schuldenbewind kan zonder tussenkomst van de gemeente rechtstreeks bij de rechtbank worden ingediend. Dat houdt in dat de (schulden)bewindvoerder verantwoordelijk is voor een juiste toeleiding naar gemeentelijke schuldhulpverlening of als dit onmogelijk is, zorgt voor financiële stabilisatie. De praktijk laat zien dat het aantal aanmeldingen voor gemeentelijke schuldhulpverlening door bewindvoerders niet is gestegen, terwijl het aantal verzoeken voor bijzondere bijstand voor de kosten van schuldenbewinden sinds 2014 wel is toegenomen. Het risico bestaat dat niet de gemeente, maar bewindvoerders schulden gaan regelen met een deel van de schuldeisers. Als later alsnog de gemeente wordt ingeschakeld, kan dit belemmerend werken voor een gemeentelijke schuldregeling en mogelijk leiden tot hogere (maatschappelijke) kosten. Als het treffen van een regeling met schuldeisers – het minnelijke schuldhulpverleningstraject dat via de gemeente loopt - niet lukt, wordt bij de rechter een verzoek ingediend voor het wettelijk schuldsaneringstraject. De gemeente heeft de wettelijke verplichting om een zogenaamde Wsnp-verklaring af te geven. Hierin is opgenomen waarom het minnelijke traject voor schulden niet lukt. Met deze verklaring en het verzoekschrift dient de gemeente namens de inwoner een verzoek bij de rechter in voor het wettelijk schuldsaneringstraject.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel