In bovenstaande visie ligt een viertal uitgangspunten besloten:
Integrale aanpak
Maatwerk
Eigen verantwoordelijkheid
Brede toegang
Schuldhulpverlening wordt vanuit een integrale aanpak benaderd. Dat betekent dat er niet alleen wordt gekeken naar financiële problemen, maar ook naar de omstandigheden die van invloed zijn daarop. Om financiële problemen duurzaam op te lossen, is het van belang dat de oorzaak duidelijk is. Vaak zijn er namelijk ook sociaal-maatschappelijke problemen aan de orde. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van psychische problemen, verslaving, problemen van relationele aard of laaggeletterdheid. Deze problemen kunnen een rol spelen bij het ontstaan van financiële problemen en kunnen een succesvolle schuldregeling en financiële zelfredzaamheid in de weg staan. Afhankelijk van de aard van de problemen, ondersteunen verschillende professionals en vrijwilligers de betreffende inwoner. Het doel van de integrale aanpak is om te komen tot een duurzaam resultaat.
De inzet van schuldhulpverlening is maatwerk. Welke vorm van hulp wordt ingezet en welke partners daarbij betrokken worden is afhankelijk van de situatie waarin de inwoner zich bevindt en welke oorzaken aan de situatie ten grondslag liggen. In sommige gevallen kan een adviesgesprek voldoende zijn om grotere schulden te voorkomen. In andere gevallen is het starten van een langer schuldhulpverleningstraject noodzakelijk. Wanneer er sprake is van een crisis wordt direct hulp ingezet. De ambitie om alle inwoners aan een schuldenvrije toekomst te helpen is te hoog gegrepen. Niet voor elke inwoner is het bereiken van een schone lei haalbaar. Sommigen inwoners zullen langdurig niet in staat zijn om financieel zelfredzaam te zijn. Toch blijft ook voor deze inwoners het streven naar zelfredzaamheid overeind, maar dan binnen de mogelijkheden die er zijn en met de begeleiding die daarvoor nodig is. Er wordt gestreefd naar een zo effectief en efficiënt mogelijke inzet van schuldhulpverlening.
De eigen verantwoordelijkheid en motivatie van de inwoner staan voorop. Elke inwoner die wordt ondersteund met schuldhulpverlening, spant zich in om het traject van schuldhulpverlening tot een succesvol einde te brengen. De gemeente ondersteunt als dit nodig is en laat de regie waar die hoort: ‘de inwoner is zelf aan zet’. De inwoner staat centraal, maar blijft verantwoordelijk voor het slagen van de schuldhulpverlening. Dit betekent ook dat de inwoner, naar vermogen, zelf verantwoordelijkheid moet nemen in beslissingen en afspraken dient na te komen.
We realiseren ons dat dit niet van iedereen verwacht kan worden. Dit geldt niet alleen voor mensen met een lager IQ of mensen die laaggeletterd zijn. Ook mensen met een goede opleiding en een goede maatschappelijke positie kunnen in situaties geraken, waarin hun zelfredzaamheid ontoereikend is. Een problematische schuldensituatie kan een situatie zijn waarin stress en mentale belasting er voor zorgen dat het mentale vermogen onder druk komt te staan (en dat het IQ zelfs met een aantal procentpunten kan dalen), waardoor mensen beperkt worden in het stellen van doelen, het ondernemen van actie, het vasthouden aan goede voornemens en het om kunnen gaan met verleidingen en tegenslag.
We streven dan ook naar het leveren van maatwerk, waarbij rekening gehouden wordt met het feit dat onvermogen of overbelasting vaak de oorzaak is van verminderde zelfredzaamheid en niet onwil of onverschilligheid.
De Wgs gaat uit van een brede toegang tot schuldhulpverlening. In principe is schuldhulpverlening toegankelijk voor alle inwoners met (dreigende) problematische schulden. Er wordt geen inkomens- of vermogensgrens gehanteerd voor de toegang tot schuldhulpverlening. Dit is in lijn met het uitgangspunt dat schuldhulpverlening breed toegankelijk moet zijn. Echter, zelfstandigen kunnen geen aanspraak maken op een minnelijke schuldregeling vanuit de gemeente (zie de uitgebreidere toelichting hieronder).
Onderstaand wordt toegelicht hoe omgegaan wordt met enkele specifieke groepen.
Gezinnen met minderjarige inwonende kinderen verdienen op grond van de Wgs extra aandacht ter voorkoming van de negatieve gevolgen van schulden op de ontwikkeling van minderjarige kinderen. Extra aandacht kan, als dat nodig is, gegeven worden aan de situatie van deze gezinnen en de situatie van de kinderen. Hier kan vorm aan worden gegeven via de nauwe samenwerking tussen de gemeente en andere ketenpartners zoals: Trajekt Algemeen Maatschappelijk werk, MEE, Kredietbank Limburg, Stichting Leergeld, Stichting Jeugdsportfonds, Stichting Jeugdcultuurfonds, Voedselbank, Vluchtelingenwerk et cetera. Hiermee wordt aangesloten bij de integrale benadering tussen alle partijen, waardoor (financiële) problemen bij ouders en hun kinderen snel opgepakt kunnen worden.
Een zelfstandige valt in principe niet onder de Wgs. Zelfstandigen kunnen dan ook geen aanspraak maken op een minnelijke schuldregeling vanuit de gemeente, omdat zij geen natuurlijke personen zijn en voor hen andere rechtsmiddelen bestaan (herfinanciering van het bedrijf, een beroep op het Bijstandsbesluit zelfstandigen 2004). Zelfstandigen kunnen wel ondersteuning krijgen bij het stabiliseren van de financiële situatie. Ook een zelfstandige die zijn onderneming heeft beëindigd en zich heeft uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel, kan in aanmerking komen voor schuldhulpverlening in de zin van een minnelijke schuldregeling. Hiermee worden inwoners die schulden hebben als gevolg van de liquidatie van hun onderneming niet uitgesloten.
Schuldhulpverlening is in principe éénmalig. Het is niet de bedoeling dat er ongelimiteerd gebruik gemaakt wordt van deze ondersteuning. Dit ondermijnt het leereffect én zorgt ervoor dat onverantwoord bestedingsgedrag in stand wordt gehouden. Bovendien neemt de kans op een succesvolle schuldhulpverlening bij recidivisten af, omdat schuldeisers vaak niet bereid zijn opnieuw medewerking te verlenen. Recidivisten worden gedurende een periode van 5 jaar uitgesloten van schuldhulpverlening. De uitsluitingsperiode geldt vanaf de datum van beëindiging van de minnelijke schuldhulpverlening, dan wel beëindiging van een WSNP-traject. Als het ontstaan van nieuwe schulden niet (volledig) aan de inwoner zelf te wijten is of er sprake is van een gezin met minderjarige kinderen of andere bijzondere omstandigheden, kan van de uitsluitingsperiode van 5 jaar worden afgeweken.
Het is in principe niet de bedoeling dat schuldhulpverlening wordt aangewend om vorderingen te saneren die zijn ontstaan als gevolg van fraude ten koste van maatschappelijke middelen, omdat dit het draagvlak voor sociale voorzieningen ondermijnt. Er zijn echter situaties waarbij het toch wenselijk is om een frauderende schuldenaar te ondersteunen met schuldhulpverlening, om grotere maatschappelijke problemen en kosten te voorkomen. Het ondersteunen van inwoners met fraudeschulden is altijd maatwerk.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2