1. De leden van het Algemeen Bestuur mogen:
A. niet als advocaat, procureur, gemachtigde, of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het Werkgeversservicepunt of ten behoeve van het Bestuur van het
Werkgeversservicepunt in geschillen;
B. niet als gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden bij het aangaan van overeenkomsten als bedoeld onder c met het Werkgeversservicepunt;
C. rechtstreeks noch middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:
-het aannemen van werk ten behoeve van het Werkgeversservicepunt;
-het buiten dienstbetrekking tegen beloning doen van verrichtingen ten behoeve van het Werkgeversservicepunt;
-het doen van leveranties aan het Werkgeversservicepunt ;
-het verhuren van niet-registergoederen aan het Werkgeversservicepunt;
-het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het Werkgeversservicepunt; -het onderhands verwerven van onroerende goederen van het Werkgeversservicepunt; -het onderhands huren of pachten van het Werkgeversservicepunt.
2. Van het (hierboven) bepaalde onder lid 1 c kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen.
3. Het lid van het Algemeen Bestuur dat in strijd met lid 1 van dit artikel handelt, kan worden geschorst door het Algemeen Bestuur.
HOOFDSTUK 7
Artikel 29a
Onverenigbare bezigheden en betrekkingen
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Werkgeversservicepunt Parkstad