De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt plaats via een door het college vastgesteld verantwoordingsformulier.
Het college kan op basis van een steekproef bepalen dat de aanvrager de op het verantwoordingsformulier vermelde gegevens aantoont door middel van bewijsstukken.
In verband met de in lid 2 genoemde controle dient de budgethouder gedurende een periode van 3 jaar bewijsstukken te bewaren van de besteding van het persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk
Artikel 3
Verantwoording en controle
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning