1. Indien er sprake is van een subsidieverlening ingevolge artikel 9, eerste lid, dient de subsidieontvanger vóór 1 juni van het volgende jaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2. Indien er sprake is van een subsidieverlening ingevolge artikel 9, tweede lid, dient de subsidieontvanger binnen 8 weken na afloop van de activiteiten ten behoeve van de VVE-registratie een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
3. Bij het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling overlegt de subsidieontvanger de door het college nader te bepalen gegevens die voor het beoordelen van de aanvraag tot subsidievaststelling van belang zijn.
4. Het college stelt de onder lid 1 genoemde subsidie binnen 24 weken na 1 juni vast.
5. Het college stelt de onder lid 2 genoemde subsidie binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling vast.
6. De subsidie kan naast de gevallen, vermeld in artikel 4:46, tweede en derde lid van de wet, lager worden vastgesteld, indien:
a. is gebleken dat de subsidie aan andere activiteiten is besteed dan waarvoor zij is verleend;
b. de ontvanger feitelijk niet of niet voldoende overeenkomstig zijn doelstellingen werkzaam is en hierin ondanks een schriftelijke waarschuwing geen verandering brengt;
c. de ontvanger naar het oordeel van het college een financieel wanbeleid voert;
d. de instelling bij rechterlijk vonnis is ontbonden.
HOOFDSTUK 2
Artikel 10
Subsidievaststelling
Onderdeel van Verordening subsidies peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Venray 2018