Deze verordening verstaat onder:
**a..** parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan vaneen motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
**b..** houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;
**c..** motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990.
**d..** parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, een centrale computer voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betaling bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.
**e..** centrale computer: computer van de gemeente of computer van een bedrijf of organisatie waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen voor het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel.
**f..** zonekaart 1: de zonekaart “Tariefzones” die volgens de beleidsnota Parkeerbeleidsplan 2016 is vastgesteld, met de zones A t/m E, zoals vastgesteld in het aanwijsbesluit 2016.
**g..** zonekaart 2: de zonekaart die volgens het Parkeerbeleidsplan 2016 is vastgesteld, met de zones 1 t/m 10, zoals vastgesteld in het aanwijsbesluit 2016.