De bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, gericht aan het college, wordt opgedragen aan de afzonderlijke leden van dat college, ieder voor zover de zaak tot zijn portefeuille behoort en met uitzondering van bezwaarschriften tegen besluiten die door het college zelf zijn genomen.
Ten aanzien van bezwaarschriften, gericht aan het college, die om advies in handen worden gesteld van een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht blijft de beslissing op het bezwaarschrift voorbehouden aan het college met uitzondering van de beslissing op bezwaar als bedoeld in het derde lid.
In afwijking van het gestelde in het tweede lid, is de directeur voor Slimme stad, Veilige stad en Zorgzame en Gezonde stad bevoegd tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften die worden ingediend in het kader van de uitvoering van de Jeugdwet.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt de beslissing op bezwaar, waarbij:
het bezwaar ongegrond wordt verklaard en geen sprake is van een besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid sub b en c van de Verordening behandeling bezwaarschriften Dordrecht, of
belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn bezwaar wordt verklaard,
opgedragen aan de wethouder, wiens portefeuille het onderwerp van het bezwaarschrift betreft.