Naar hoofdinhoud
1. Het verslag wordt door de griffier in conceptvorm opgesteld. Het bevat de feitelijke gegevens van de tijd, plaats en rol van de aanwezigen bij het gesprek en geeft een duidelijk en feitelijk beeld (op hoofdlijnen) van het besprokene. 2. Het verslag dient door de voorzitter van de commissie en de burgemeester te worden ondertekend, waardoor het verslag wordt vastgesteld. 3. Een lid van de commissie kan laten aantekenen dat hij of zij het niet eens is met het verslag of een specifiek onderdeel ervan. 4. De burgemeester kan laten aantekenen dat hij of zij het niet eens is met een specifiek onderdeel van het verslag. 5. Een afschrift van het verslag met eventuele aantekening wordt aan de burgemeester en de commissaris gestuurd.

Rechtspraak bij dit artikel