De voorwaarde goedkoopst-compenserend betekent dat de te verstrekken voorziening(en) allereerst het participatieprobleem adequaat moet compenseren. Wanneer er meerdere oplossingen mogelijk zijn, wordt gekozen voor de goedkoopste (combinatie van) voorziening(en). Daarbij wordt gekeken naar de totale kosten over de te verwachten gebruiksduur. Het is namelijk denkbaar dat een product dat duurder is dan een vergelijkbaar product, langer meegaat en daardoor uiteindelijk goedkoper is.
Bij de afweging goedkoopst-compenserend gaat het in eerste instantie om de goedkoopst-compenserende oplossing voor het college. Bij die afweging wordt rekening gehouden met de belangen van de inwoner. Zo is verhuizen naar een geschikte woning vaak goedkoper dan aanpassen. Wanneer belanghebbende als gevolg hiervan echter een restschuld overhoudt bij de verkoop van de oude woning, is het per saldo niet de goedkoopst-compenserende oplossing. Het kan niet zo zijn dat de belanghebbende onevenredig veel kosten maakt als gevolg van de keuze van het college voor de goedkoopste oplossing.
Het college mag rekening houden met zogenaamde macro-overwegingen. Zo is bijvoorbeeld collectief vervoer voor het college goedkoop juist vanwege de mogelijkheden combinatieritten te maken. Het is dus in het belang van het systeem zo veel mogelijk gebruikers te hebben. Uiteraard moet altijd een individuele afweging worden gemaakt. Het macro belang mag niet boven het belang van een voldoende compenserende oplossing worden gesteld.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5
Goedkoopst-compenserende voorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018