1. Op verzoek van de griffier verleent de secretaris of een door de secretaris aan te wijzen ambtenaar ambtelijke bijstand aan een raads- of commissielid tenzij:
a. het raads- of commissielid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;
b. dit het belang van de gemeente kan schaden;
c. dit het werkbaar evenwicht als bedoeld in artikel 6 van deze verordening verstoort.
2. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt.
3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raads- of commissielid dat het verzoek heeft ingediend.
4. De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het college desgewenst een afschrift van het verzoek.
5. Indien het college of leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot de secretaris.
Artikel 3.
Verlenen van ambtelijke bijstand
Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Gemeente Dordrecht