Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeers-wet 1994 daaronder verstaat.
Het verbod geldt niet voor zover de aanleg van een uitweg die in overeenstemming is met een geldend bestemmingsplan, daarmee in het stedebouwkundig ontwerp rekening is gehouden, de uitweg niet breder is dan zes meter op industrieterreinen en vier meter in overige situaties, en voorts de aanleg door of vanwege de gemeente plaatsvindt en in overeenstemming is met door de gemeente aan de aanleg gestelde voorschriften.
In afwijking van artikel 1:6 kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd in het belang van:
de bruikbaarheid en het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving.
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor wegen die in beheer en onderhoud zijn bij het rijk of de provincie.
Hfdst. 2.1, Afdeling 7 Veiligheid en bruikbaarheid van openbaar water
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2:11:
Maken of veranderen van een uitweg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Emmen 2008