Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 3

Uitsluitingen

Onderdeel van Referendumverordening 2006 (8.22)

1.. Een referendum kan alleen worden gehouden over een voorgenomen beslissing. 2.. Geen referendum kan worden gehouden over een voorgenomen beslissing: tot vaststelling of wijziging van de gemeentelijke begroting of vaststelling van de gemeentelijke rekening; tot vaststelling of wijziging van een gemeentelijke belasting of gemeentelijk tarief; over een individuele kwestie, zoals benoeming, schorsing of ontslag; tot vaststelling van rechtspositievoorschriften ten aanzien van de griffier; op een bezwaarschrift of tot het voeren van een rechtsgeding; inhoudende het voor kennisgeving aannemen van een notitie of rapport; ter uitvoering van een beslissing van de wetgever of een hoger bestuursorgaan, waarbij de raad geen ruimte heeft voor het maken van keuzen van beleidsinhoudelijke aard; tot het treffen van, toetreden tot, wijzigen van of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen; die onderworpen is of deel uitmaakt van een wettelijk geregelde procedure, hiertoe worden in ieder geval de procedures op het gebied van de ruimtelijke ordening gerekend; waarvan is bepaald dat die onderworpen is aan de werking van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht dan wel de gemeentelijke Inspraakverordening; op grond van een gehouden referendum; in het kader van deze verordening. 3.. Voorts kan geen referendum worden gehouden over een voorgenomen beslissing, waarvan de raad van mening is dat er andere dringende redenen zijn om hierover geen referendum te houden.

Rechtspraak bij dit artikel