Naar hoofdinhoud
1.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedraagt per eigendom per belastingjaar € 94,29. 2.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt per eigendom per belastingjaar € 353,38. 3.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, bedraagt per eigendom dat wordt gebruikt door: één persoon € 59,47; twee personen € 118,93; drie of meer personen € 178,40 per belastingjaar. 4.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, bedraagt per eigendom per belastingjaar voor iedere eenheid van 250 m3 afgevoerd water € 192,70. 5.. Voor de toepassing van het derde lid is beslissend de gebruikssituatie op 1 januari van het belastingjaar of, wanneer de belastingplicht later aanvangt, de gebruikssituatie bij aanvang van de belastingplicht. 6.. Voor de toepassing van het vierde lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water boven 10.250 m3 buiten de heffing gelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel