Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Verordening kansspelautomaten en speelautomatenhallen 2018

De burgemeester kan de vergunning intrekken: indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder e; indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken, dan wel indien van een vergunning binnen zes maanden na verlening daarvan geen gebruik wordt gemaakt; indien ernstig gevaar voor de openbare orde, veiligheid en/ of zedelijkheid ontstaat; indien de aanvraag omgevingsvergunning of wijziging van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 8, lid 1 onder f onherroepelijk is geweigerd; indien de exploitant of de beheerder niet langer voldoet aan de eisen zoals gesteld in de wet of deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel