Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 8

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking, invordering en controle

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2018 gemeente Utrecht

1. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een pgb herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige, zijn ouders/vertegenwoordiger onjuiste of onvolledige gegevens hebben ver-strekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders/vertegenwoordiger niet langer op de individuele voorziening zijn aangewezen; c. de individuele voorziening niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders/vertegenwoordiger niet voldoen aan de voorwaarden van het pgb; e. de jeugdige of zijn ouders/vertegenwoordiger het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; f. de jeugdige of zijn ouders/vertegenwoordiger een wijziging ten aanzien van de ingekochte voorziening, waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat deze van invloed is op de toegekende voorziening, niet vooraf met het college heeft afgestemd. 3. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en er sprake is van verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens, kan het college van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steek-proefsgewijs, de bestedingen van pgb’s. 6. Teneinde oneigenlijk gebruik van het pgb te voorkomen, controleert het college de doelmatigheid en rechtmatigheid van de verstrekte voorziening en de besteding van het pgb. 7. Het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie en accountantscontrole, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht en de geleverde prestaties. 8. Het college is gerechtigd tot materiële controle en tot fraudeonderzoek, waaronder de besteding van het pgb. Het college kan beleidsregels stellen met betrekking tot de wijze waarop deze onder-zoeken vorm worden gegeven. 9.Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid onder a, d of e van de wet of artikel 8, tweede lid onder f van deze Verordening.

Rechtspraak bij dit artikel