Een deelnemer kan uittreden door toezending van een daartoe strekkend besluit van deze deelnemer aan het bestuur.
Alvorens een college tot besluitvorming komt, als bedoeld in het eerste lid, wordt eerst over het voornemen overleg met de andere colleges gevoerd.
Het bestuur zendt het besluit tot uittreden onverwijld aan de overige deelnemers.
De uittreding kan niet eerder plaatsvinden dan op 1 januari van het tweede jaar volgend op dat waarin het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen.
Het bestuur regelt de financiële verplichtingen, alsmede de overige gevolgen van de uittreding. Tenzij het bestuur hierover een ander besluit neemt, komen de kosten die rechtstreeks gevolg zijn van de uittreding voor de uittredende partij. Als uitgangspunt geldt dat de overige deelnemers geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden.
Hoofdstuk 5:
Artikel 21:
Uittreding
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland