**1..** Het is de eigenaar of houder van een hond verboden:
die hond te laten verblijven of te laten lopen op een voor het publiek toegankelijk(e) en kennelijk als zodanig ingericht(e) kinderspeelplaats, zandbak, speelweide, trapveld, sportterrein of strand met uitzondering van een door het college aangewezen hondenstrand of op een andere door het college aangewezen plaats;
deze binnen de bebouwde kom op de weg niet aangelijnd te laten verblijven of te laten lopen, behoudens op door het college vastgestelde en openbaar bekend gemaakte plaatsen, die als zodanig op een voor een ieder ter inzage gelegde kaart zijn aangegeven;
deze niet aangelijnd te laten verblijven of te laten lopen op door het college buiten de bebouwde kom aangewezen en openbaar bekend gemaakte plaatsen, die als zodanig op een voor een ieder ter inzage gelegde kaart zijn aangegeven;
deze onverminderd het in sub a, b en c bepaalde zonder onder direct toezicht te staan niet aangelijnd te laten verblijven of te laten lopen;
deze op een openbare plaats te laten verblijven of te laten lopen indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander (door middel van tatoeage) aangebracht identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
**2..** De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toe-passing op de eigenaar of houder van een hond:
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf
Artikel 2:57