**1..** Het is in verband met de veiligheid, bruikbaarheid of het doelmatig beheer en onderhoud op of van het openbaar water gelegen binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom bij als zodanig in het bestemmingsplan bestemde (recreatie)woningen, zonder vergunning van het college verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.
**2..** Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water gelegen buiten de bebouwde kom verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
**3..** Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.
**4..** De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.
**5..** Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.
**6..** Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
HOOFDSTUK 5. › Paragraaf
Artikel 5:24