Naar hoofdinhoud
1.. Als zich op het gebied van integriteit incidenten voordoen, meldt u dit, als ambtenaar of medewerker, bij uw afdelingshoofd of directeur of bij de interne vertrouwenspersoon. Die zal de melding met u bespreken en vaststellen of verdere actie nodig is. 2.. Als wethouder, raadslid of plaatsvervangend commissielid meldt u incidenten aan de burgemeester. 3.. Vervolgens meldt het afdelingshoofd het incident aan de directeur. De directeur of vertrouwenspersoon meldt het incident aan het college, zonder hierbij de naam van de melder te noemen. Verder verricht de directeur of de interne vertrouwenspersoon een vooronderzoek en blijft hij of zij verantwoordelijk voor de voortgang en bewaking van de behandeling van het incident. 4.. De resultaten van het vooronderzoek legt de directeur of vertrouwenspersoon met een advies voor aan het college. Het college beslist over verdere actie of sancties. De nadruk ligt hierbij op preventieve acties, die een dergelijk incident in de toekomst voorkomen. 5.. Alle acties worden door de directeur of vertrouwenspersoon geregistreerd. 6.. Zolang het onderzoek loopt, is alles uiteraard vertrouwelijk. Maar zodra is vastgesteld dat het werkelijk om een incident gaat en er maatregelen worden genomen, worden de ondernemingsraad en het personeel op de hoogte gebracht. De burgemeester informeert de pers. 7.. Na de behandeling van het incident, wordt het hele traject geëvalueerd Jaarlijks wordt ook een evaluatie van de behandelde incidenten gemeld aan de raadscommissie APF. 8.. U treedt nooit op eigen houtje naar buiten zonder dat u melding heeft gemaakt van het (vermoede) incident en u bericht is dat er wat mee wordt gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel