**1..** In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren.
**2..** De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden;
die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden;
die in een hondenasiel verblijven.
die uitsluitend ten verkoop in voorraad worden gehouden door een houder met een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming;
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij te samen met de moederhond worden gehouden.
die getraind zijn en gehouden worden om doven en slechthorenden ten dienste te zijn;
die eigendom zijn van een regiopolitie en uitsluitend dienen ter assistentie bij politie werkzaamheden.
Artikel 3.
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2018