De accountantscontrole van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, lid 2, Gemeentewet, wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode van 5 jaar, met een mogelijkheid tot verlenging van maximaal 2 jaar.
Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van de accountantscontrole voor.
De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. In het programma van eisen en het aansluitende contract worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen:
de toe te passen goedkeuringstoleranties en rapporteringstoleranties bij de controle van de jaarrekening;
uitgegaan wordt van de huidige wettelijk vastgelegde minimumeisen, welke zijn vastgesteld op 1%; indien hiervan afgeweken wordt dient dit expliciet in het programma van eisen en het af te sluiten contract te zijn opgenomen;
voor eventueel aanvullend uit te voeren tussentijdse controles worden steeds vooraf aanvullende afspraken vastgelegd;
de frequentie en tijdstip van rapportering van de standaard tussentijdse controle;
en op basis van de jaarlijks vast te stellen planning de aanlevering van de rapportage over de controle van de jaarrekening.