Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening en pgb's.

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Sluis 2018

1. . Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. . De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid,van e wet of of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3. . De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; maatwerkvoorziening Pgb is gelijk aan de hoogte van een pgb. 4. . In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 5. . De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. ** 6. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor het collectief vraagafhankelijk vervoer € 1,21(opstaptarief) en € 0,28 per kilometer. .** 7. . De in het zesde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in prijspeil van het jaar 2019 en kunnen ieder opvolgend kalenderjaar worden gewijzigd. 8. . Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorgvoor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel