Op grond van artikel 6, lid 3 van de Wet en in afwijking van artikel 4 lid 1 van de Wet, bedraagt de afstand tussen een dierenverblijf van een bestaande melkveehouderij van zeer beperkte omvang (zoals aangeduid in artikel 1 onder E) en een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom tenminste 25 meter.
Op grond van artikel 6, lid 3 van de Wet en in afwijking van artikel 4 lid 1 van de Wet, bedraagt de afstand tussen een dierenverblijf van een bestaande paardenhouderij van beperkte omvang (zoals aangeduid in artikel 1 onder G) en een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom tenminste 25 meter.
Op grond van artikel 6, lid 3 van de Wet en in afwijking van artikel 4 lid 1 van de Wet, bedraagt de afstand tussen een dierenverblijf van een bestaande paardenhouderij met een maximale omvang van 50 paarden en een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom, binnen gemengd gebied (zoals aangeduid in artikel 1 onder I), tenminste 25 meter.