Naar hoofdinhoud
1.. Geen belasting wordt geheven van percelen waarvan de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde € 30.000,00 of minder bedraagt, een en ander met uitzondering van die percelen waarvoor bij de waardebepaling met toepassing van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken de waarde buiten aanmerking wordt gelaten. In afwijking in zoverre van het bepaalde in dit lid betreft deze vrijstelling niet die percelen die op 1 januari van het belastingjaar in aanbouw zijn, zoals bedoeld in artikel 17 lid 4 van de Wet waardering onroerende zaken, terwijl de voor het perceel vast te stellen waarde bij gereedkomen van het in aanbouw zijnde perceel het bedrag van € 30.000,00 naar verwachting zal overstijgen. 2.. Tevens wordt geen belasting geheven voor percelen waar de gemeente geen kosten maakt, zoals bedoeld in artikel 2 onder a van deze verordening en waarbij de eigenaar aantoonbaar een voorziening heeft getroffen om bij neerslag minimaal 80 mm hemelwater per vierkante meter verhard oppervlak op te vangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel