De heffing als bedoeld in artikel 2, lid 1, sub a, wordt geheven per belastingobject dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering.
2. De heffing als bedoeld in artikel 2, lid 1, sub b, wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat direct of indirect vanuit het belastingobject via de riolering wordt afgevoerd.
3. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat:
a. in het belastingtijdvak van waterleidingbedrijf Vitens is betrokken;
b. in het belastingtijdvak is opgepompt.
4. Indien gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of
b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
4. Ten aanzien van een belastingobject of een gedeelte van een belastingobject, waarin een veehouder zijn bedrijf uitoefent, wordt de overeenkomstig het tweede lid bepaalde hoeveelheid water verminderd tot nihil, wanneer er vanuit het bedrijfsgedeelte geen afvalwater wordt afgevoerd via het gemeenteriool.
5. Bij toepassing van lid 5 wordt het aantal kubieke meters, als bedoeld in lid 2, gesteld op 50 per gezinslid, dan wel anderszins inwonend persoon, wonend op hetzelfde adres als waarop het bedrijf is gevestigd.
Artikel 3
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de rioolheffing 2018.