Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Overige bepalingen inzake de heffing van rechten

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de luchthavengeldregeling 2018

1. Voor de toepassing van de in artikel 5, onder lid 2, genoemde rechten wordt een schijnlanding (overshoot) gelijkgesteld met een landing. 2. Voor de toepassing van de in de artikelen 5, 6, 7, 8en 9genoemde rechten wordt onder vliegtuig mede een hefschroefvliegtuig en een ultralight vliegtuig begrepen. 3. Indien een vliegtuig, na van het luchtvaartterrein te zijn opgestegen, hierop zonder een ander luchtvaartterrein te hebben aangedaan, wegens slechte weersomstandigheden, motorstoring of andere onvoorziene buitengewone oorzaken, terugkeert, zullen geen rechten, als bedoeld in de artikelen 5, 6en 7, worden geheven. 4. Indien een hefschroefvliegtuig tot geringe hoogte opstijgt voor verplaatsing van dat hefschroefvliegtuig, in verband met het parkeren ofhet stallen op het luchtvaartterrein, zal dit niet als een terreinvlucht worden aangemerkt. 5. In alle hiervoor genoemde rechten zijn niet begrepen: a. de omzetbelasting (BTW) ingevolge de huidige of toekomstige wetgeving; b. de kosten voor het verlenen van enigerlei hulp bij het landen, parkeren, (met inbegrip van verankeren), of vertrek van een vliegtuig; c. de toeristen belasting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel