Naar hoofdinhoud
1.. Een lid dat een rechtstreeks of middellijk persoonlijk belang heeft bij een zaak of waarbij hij als gemachtigde is betrokken, onthoudt zich bij de besprekingen en het overleg hieromtrent. 2.. Zonodig kan een commissie, zonder in vergadering bijeen te komen, telefonisch, schriftelijk of op andere wijze overleg plegen. 3.. Het bepaalde in artikel 14, eerste lid en het bepaalde in het vorige lid van dit artikel zijn daarbij op analoge wijze van toepassing. Indien ten minste één lid bezwaar maakt tegen deze vorm van bespreking en overleg, dan wordt de bespreking verdaagd tot de eerstvolgende vergadering. 4.. Een lid, de voorzitter, de burgemeester, een wethouder, de griffier, een ambtenaar, een adviseur of gast spreken vanaf hun plaats en richten zich tot de voorzitter. 5.. De voorzitter kan bepalen dat de in het derde lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken. 6.. Genoemde personen voeren het woord na dit aan de voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben. 7.. De bespreking of overleg vindt plaats in twee termijnen of zoveel als de voorzitter nodig acht. Ook kan een lid aan de voorzitter vragen om een extra termijn, die hierover beslist. 8.. In de eerste termijn geeft de voorzitter een fractie het woord. 9.. De commissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de bespreking of overleg. 10.. Aan het eind van de bespreking van een agendapunt vraagt de voorzitter aan de commissie of het betreffende voorstel als hamerstuk door naar de raad kan, waarna geen verdere beraadslaging plaatsvindt. Dit betreft een intentieverklaring. Als een raadslid op een later moment toch nog beraadslaging in de raad wenst, is daartoe altijd de ruimte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel