Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
a. het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op 2,2;
b. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 16.
Artikel 6.
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN WATERTOERISTENBELASTING MIDDELBURG 2018