Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de reinigingsheffingen 2018

In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de in artikel 7, lid 1, genoemde aanslagen worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijnen telkens een maand later. In afwijking van lid 1 geldt dat de in artikel 7, lid 1, genoemde aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten hoogste vier bedraagt. In afwijking van lid 2 geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten hoogste negen bedraagt. 4. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de in artikel 7, lid 2, genoemde aanslagen worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van het aanslagbiljet. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel