De burgemeester trekt de vergunning in als:
ter verkrijging van de vergunning gegevens zijn verstrekt die zodanig onjuist of anders blijken te zijn, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
door de wijze van exploitatie het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt aangetast of dreigt te worden aangetast;
zich in het betrokken horecabedrijf feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de ernstige vrees rechtvaardigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde;
binnen een termijn van zes maanden na de dagtekening van de vergunning geen gebruik is gemaakt van de vergunning, behalve in geval van overmacht;
de exploitatie van het horecabedrijf voor een periode langer dan een jaar is of wordt onderbroken, behalve in geval van overmacht;
de vergunninghouder of -houders hierom verzoekt respectievelijk verzoeken;
er aanwijzingen zijn, dat in het horecabedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf
Artikel 2.17
Intrekkingsgronden exploitatievergunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Valkenburg aan de Geul 2018.