1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald
uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld.
2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in zoveel
gelijke termijnen, als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden tot 31
december in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande
dat het aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één
maand na de dagtekening van het aanslagbiljet elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de hiervoor gestelde termijnen.
Artikel 11.
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting Schouwen – Duiveland 2018