Naar hoofdinhoud
1.. Het persoonsgebonden budget voor de verhuiskosten bedraagt€ 1.820,00. 2.. Bij het bepalen van het persoonsgebonden budget voor een woningsanering wordt rekening gehouden met eventueel achterstallig onderhoud alsook met de ouderdom van de te vervangen roerende en onroerende zaken. Hier geldt de volgende afschrijvingsperiode: 100% indien het artikel niet ouder is dan twee jaar; 75% indien het artikel tussen de twee en vier jaar oud is; 50% indien het artikel tussen de vier en zes jaar oud is; 25% indien het artikel tussen de zes en acht jaar oud is; 0% indien het artikel ouder is dan 8 jaar. 3.. Het persoonsgebonden budget voor het bezoekbaar maken van de woning bedraagt maximaal €2.500,--. 4.. De hoogte van een te verlenen persoonsgebonden budget voor tijdelijke huisvesting is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten, en het maximum van het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 sub a van de Wet op de huurtoeslag. 5.. Indien de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip, ten tijde van de indiening van de aanvraag, minder dan vijf jaar bedraagt of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt of het woonschip niet tenminste nog vijf jaar op de ligplaats mag liggen, wordt er slechts een voorziening verleend tot een bedrag van € 2.000,-. 6.. Het persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening, die niet valt onder een van de in de vorige leden genoemde woonvoorzieningen, wordt vastgesteld op het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte (conform het programma van eisen), waarbij een maximaal bedrag ad € 15.315,00 geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel