Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Aangifte bij parkeerapparatuur; parkeren met parkeervergunning

Onderdeel van Besluit betaald- en vergunninghouderparkeren Noordwijk 2018

1.. Indien wordt geparkeerd bij parkeerapparatuur waarbij een betalingsbewijs wordt verstrekt, is de aangifte pas voltooid nadat de belastingplichtige het betalingsbewijs op de juiste wijze zichtbaar en leesbaar op het dashboard van het geparkeerde voertuig heeft gelegd, dan wel op andere wijze zichtbaar en leesbaar in of op het voertuig heeft aangebracht bij het ontbreken van een dashboard. 2.. Een betalingsbewijs, zoals benoemd in lid 1, wordt verstrekt na in werking stellen van de parkeerapparatuur door het inwerpen van muntstukken van € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1--, € 2,- of door gebruik te maken van saldo op een pinpas of door gebruik te maken van contactloos betalen. 3.. Indien wordt geparkeerd met een geldige parkeervergunning, is de aangifte pas voltooid indien deze geschiedt op de wijze zoals gesteld in artikel 4 lid 3, lid 4a en lid 4b van de Parkeerverordening Noordwijk 2018. 4.. Indien wordt geparkeerd met een bezoekerskraskaart of via de digitale bezoekersregeling, is de aangifte pas voltooid indien deze geschiedt op de wijze zoals gesteld in artikel 6 van de Parkeerverordening Noordwijk 2018. 5.. In afwijking van het bepaalde onder 1 kan het in werking stellen van de parkeerapparatuur ook plaatsvinden door het inloggen via een telefoon op een centrale computer. De aanvang van het parkeren meldt de belastingplichtige door de gebiedscode telefonisch door te geven aan zijn of haar provider. Tevens neemt de belastingplichtige de overige voorwaarden van zijn of haar telecom-en belparkeerprovider in acht. Wanneer niet aan voornoemde voorwaarden is voldaan, wordt de belasting geheven op de wijze zoals bepaald in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel