Naar hoofdinhoud

Artikel 2.6

Criteria voor een individuele maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Epe

Algemeen 1. . Een cliënt komt in aanmerking voor een individuele maatwerkvoorziening: ter bevordering van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van de cliënt; ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt; ter ondersteuning van jeugdigen en hun vertegenwoordigers bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen; ter ondersteuning bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt; ter ondersteuning van de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten al dan niet in verband met risico’s voor zijn gezondheid of veiligheid. 2. . Als een individuele maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopste adequate voorziening. Specifiek Wmo 3. . Ten aanzien van een individuele maatwerkvoorziening geldt dat een cliënt alleen hiervoor in aanmerking komt als: de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en; de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. 4. . Als een individuele maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte materiële voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, tenzij: de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.

Rechtspraak bij dit artikel