Een cliënt is in het kader van de Wmo 2015 een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, als de aanbieder of het college die bijdrage vraagt.
Voor het gebruik van de algemene voorziening dagbesteding basis voor ouderen is een bijdrage in de kosten verschuldigd van € 5,00 per dagdeel.
De hoogte van de bijdrage in de kosten per uur voor het gebruik van de algemene voorziening hulp bij het huishouden is gelijk aan de kostprijs per uur waarvoor het college de hulp bij het huishouden gecontracteerd heeft.
Het college verstrekt aan drie doelgroepen een korting op de bijdrage voor de algemene voorziening voor hulp bij het huishouden indien:
a. cliënt aantoonbare beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen heeft; en
b. cliënt niet in staat is om de woning schoon en leefbaar te houden:
- op eigen kracht
- met gebruikelijke hulp
- met mantelzorg - of met hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk; en
c. het college de noodzaak van de hulp bij het huishouden heeft vastgesteld; en
d. het netto inkomen per maand in één van de volgende categorieën valt:
Doelgroep
Alleenstaanden
Gehuwden
1. Cliënten met beperkingen en een inkomen
lager dan € 1178
lager dan € 1623
2. Cliënten met beperkingen en een inkomen
tussen € 1178 en € 1389
tussen € 1623 en € 1911
3. Cliënten met beperkingen en een inkomen
meer dan € 1389
meer dan € 1911
Prijspeil 1 juli 2017
Voor de in lid 4 bedoelde korting op de bijdrage voor de algemene voorziening voor hulp bij het huishouden komen ook mantelzorgers in aanmerking die:
- overbelast zijn dan wel het risico lopen overbelast te raken; én
- tot een van de in lid 4 onder d genoemde inkomensgroepen behoren.
De in lid 4 bedoelde korting wordt als volgt berekend:
a. voor doelgroep 1: de kostprijs van een uur hulp bij het huishouden bij een gecontracteerde aanbieder minus de bijdrage in de kosten van € 2,50 per uur. De cliënt betaalt per uur dus € 2,50;
b. voor doelgroep 2: de kostprijs van een uur hulp bij het huishouden bij een gecontracteerde aanbieder minus de bijdrage in de kosten van € 5,00 per uur. De cliënt betaalt per uur dus € 5,00;
c. voor doelgroep 3: de kostprijs van een uur hulp bij het huishouden bij een gecontracteerde aanbieder minus de bijdrage in de kosten van € 13,75 per uur.
De in lid 6 bedoelde korting wordt toegepast op de kostprijs van een uur hulp bij het huishouden. De kostprijs is gelijk aan het uurtarief waarvoor het college een aanbieder gecontracteerd heeft.
Tot het in lid 4 bedoelde inkomen worden de volgende componenten gerekend:
a. Inkomen uit werk;
b. Uitkeringen zoals AOW, WW, Wao/Wia, ziektewet of bijstand;
c. Inkomen uit een pensioen;
d. Partneralimentatie.
De volgende onderdelen worden niet tot het in lid 4 bedoelde inkomen gerekend:
a. Heffingskortingen;
b. Huurtoeslag;
c. Zorgtoeslag;d. Andere, niet in lid 8 genoemde bronnen van inkomsten.
In het geval belanghebbende gehuwd is en een van beide partners verblijft op basis van de Wet langdurige zorg in een instelling, kan het college de bijdrage in de kosten die belanghebbende daarvoor betaalt, in mindering brengen op het volgens lid 8 en 9 vastgestelde inkomen.
De in lid 4 bedoelde korting geldt voor maximaal 125 uur per kalenderjaar. Indien belanghebbende op een datum na 1 januari tot de doelgroep voor de korting is gaan behoren, berekent het college het maximaal aantal uren naar rato.
Het college indexeert de in lid 4 onder d bedoelde bedragen jaarlijks aan de hand van de normen pensioengerechtigden zoals die op 1 januari van een kalenderjaar gelden volgens artikel 22 van de Participatiewet.
Artikel 16a
Bijdrage in de kosten voor algemene voorzieningen (Wmo 2015)
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2018