Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 36.

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde en andere werkzaamheden van de raad 2018

1.. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2.. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 15 werkdagen nadat de vragen zijn ingediend. 4.. Als de vragen ten minste 2 werkdagen voor de aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, vindt mondelinge beantwoording plaats in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5.. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden zonder tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6.. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Rechtspraak bij dit artikel